Scandinavisch Roodbont (SRB)

Van het Scandinavisch continent worden al weer enkele deccenia ‘de genen’ geplukt van de aldaar bestaande rassen. Grootste bekendheid heeft de Zweedse roodbonte (SRB); een dier wat qua formaat iets lichter gebouwd is dan de HF.
Hierlangs zijn tevens het Noorse Roodbont (NRF), alsmede het Deense Roodbont (RDM) in populairiteit toegenomen. De Deense Rode is een stukje robuuster gebouwd dan de SRB, terwijl de NRF wederom wat grover gebouwd is dan de Rode Deen.
Ten grondslag hieraan ligt waarschijnlijk het feit dat zowel de RDM als de NRF geen zuivere rassen zijn maar al in een ver verleden uit een brede genebank geplukt te hebben. Deze rassen hebben vaak al SRB-genen, Brown Swiss-genen en Holsteingenen in zich.

Allescandinavische rassen kenmerken zich in elk geval door een hoge vruchtbaarheid, een concurerende produktie ten opzicht van de Holstein en hun veelal gepigmenteerde sterke klauwen. Wel staan ze bekend om het feit dat ze regelmatig baggerbonte benen vererven, een eigenschap die voor sommigen alleen al een reden is het ras de rug toe te keren. Dit is niet terecht. Deze dieren zijn efficiënte koeien die een lange levensduur hebben. Ook is het algemeen bekend dat in Scandinavië al vele deccenia sterk op gezondheidskenmerken wordt geselecteerd. De grootste bekendheid geniet het ras vanwege de zogehete ‘California proef’; een inkruisingsprogramma waarbij op grote schaal Scandinavisch roodbont wordt ingezet op de grote melkrijke USA- Holsteiners.
De eerste resultaten laten een sterk verbeterde vruchtbaarheid zien en een daling van ca.50 % inzake gedwongen afvoer.
Verwacht mag worden dat dit roodbonte ras een blijvertje is gezien de eerste resultaten.

Enkele feiten:
  • 500.000 melkgevende dieren wereldwijd
  • ca 350 kg minder melkaanleg dan de HF