De praktijk
Inkruisen, oftewel tegenwoordig in het Engels 'crossbreeding', is niet meer en minder dan fokken door gebruik te maken van raseigenschappen die zo ver mogelijk uit elkaar liggen.Dit geeft immers de meeste heterosis. Het begrip heterosis is de naam voor de foktechnische vooruitgang die ontstaat bij kruisen en waarbij de nieuwe generatie beter is dan waar men vanuit mag gaan op theoretische basis. Sommigen noemen het wel eens de '1+1=3 fokkerij', anderen trekken juist het bestaan van de term in twijfel en noemen het niet meer en minder dan een juiste paring maken.
Op ons eigen melkveebedrijf Hof van Postel wordt sinds 1985 gekruist. Natuurlijk in eerste instantie met de Holsteiner, destijds immers een voor de handliggende keuze. In 1988 werd voor het eerst gebruik gemaakt van de Zweedse Roodbonte, in haar moedertaal genoemd de 'Svensk Röd och Vit Boskap'(SRB).
Een jaar later werd begonnen met de Montbéliarde. De eerste jaren werd vooral ingekruist uit nieuwsgierigheid alsmede de uitdaging om te laten zien dat niet alles volgens de gebaande weg hoeft.
Ook was het aantal inkruisingen beperkt zodat de Holsteins toch beeldbepalend werden voor de veestapel. Dit resulteerde in de beginjaren negentig in een melkrijke veestapel met diverse mankementen. Een sterke toename van klauwproblemen, slepende melkziekte en allerlei kwalen en kwaaltjes maakte dat het inkruisen van andere rassen werd geintensiveerd. In eerste instantie niet meer met de SRB, aangezien ze destijds op de toen aanwezige veestapel niet pasten, maar met de montbéliarde. Dit ras bezat de eigenschappen welke onze veestapel tekort kwamen.
Ook de Brown Swiss kreeg haar kansen en wordt tot op de dag van vandaag - zij het mondjesmaat - nog steeds gebruikt.
Momenteel hebben de volgende rassen het volgende aandeel in ons fokprogramma:
- Montbéliarde 50%
- SRB 10%
- Deense Rode 15%
- Brown Swiss 5%
- Holstein 20%
Bij ons heeft het inkruisen van andere rassen geleid tot een gezondere veestapel met weinig sores. Zaken als vruchtbaarheid en gezondheid hebben een sterke positieve wending gekregen.
Welvaartsproblemen zoals slepende melkziekte en lebmaagdraaiïngen komen niet meer voor. Wel is de gemiddelde melkproduktie per koe zo'n 600 liter gedaalt. Dit achten wij echter totaal niet bezwaarlijk aangezien de toegerekende kosten sterk zijn gedaalt en het allervoornaamste: de arbeidsvreugde sterk is toegenomen!
Ons oordeel werd nog eens bevestigd, toen herfst 2004 de Holsteinveestapel van mijn zwager bij de onze werd gevoegd. Fijngebouwde dieren met een matig tot slecht beenwerk, vaak oplopende en smalle kruizen, matige vruchtbaarheid en frappant genoeg geen betere uiers én produktie dan onze kruislingen. Reden voor ons om al deze dieren te paren met een allround Montbéliarde.
De Montbéliarde ansich is op Hof van Postel het chassis van de koe geworden. Dit chassis bouwen we uit met genen uit de andere rassen. Wat nodig is wordt toegevoegd. Dit wordt per dier bekeken.

Immers;"waarom alleen de la gebruiken terwijl je heel de kast hebt staan"?
Vrij vertaald; waarom alleen de genen binnen een ras gebruiken, terwijl wereldwijd een genenbank bestaat waaruit geput kan worden op fokkerijgebied!
